Te weinig verbinding maakt gesprekken moeilijk
Alles wat je hieronder leest is in te zetten om je voor te bereiden op een gesprek waarvan je verwacht dat het lastig wordt en in te zetten om tijdens gesprekken van richting te veranderen. Bijvoorbeeld bij moeilijke thema’s of wanneer jij of de ander sterke gevoelens heeft.
Een moeilijk gesprek makkelijker maken of ‘draaien’ is niet altijd makkelijk. Hoe lastiger een gesprek is geworden, hoe moeilijker we van richting kunnen veranderen. Hoe eerder we zien dat het gesprek lastig wordt, hoe meer kans we maken om het gesprek van richting te veranderen. Als je graag wil weten hoe je kan proberen ruimte te houden, in jezelf, voor moeilijke gesprekken, lees dan leren omgaan met druk.
Hieronder lees je hoe het kan helpen de aandacht in het gesprek te verleggen naar de ander, of juist jezelf. Over wanneer je je beter op feiten of juist beleving kunt richten. Over waarbij gesprekken star of juist open worden en op welke manier we we elkaar soms niet begrijpen en wat je daaraan kunt doen.
Als we proberen te praten terwijl daar niet genoeg verbinding voor is, voelt een gesprek krap of lastig. We ervaren verbinding als we weten wat de ander beleeft en weten dat het klopt wat de ander van onze beleving weet. We kunnen dan leunen op wat we van elkaar weten en dat gebruiken om het gesprek mee te voeren. De druk op het delen van onze belevingen neemt niet snel toe en we begrijpen de belevingen van de ander goed.
Mijn beleving of die van de ander?
Tijdens moeilijke gesprekken wordt onze aandacht al snel getrokken naar onze eigen binnenwereld: wat we denken, vinden en voelen. Als de ander dat ook heeft en geen van beide de ruimte heeft om zijn aandacht op de ander te richten, willen we tegelijk aandacht voor wat onszelf bezighoudt en kunnen we niet naar elkaar luisteren. We willen ons dan bijvoorbeeld door de ander begrepen voelen voor we de aandacht voor onze eigen beleving los willen laten. Hoe verder die druk oploopt, hoe meer we met onszelf bezig gaan en hoe minder met de ander. En hoe hoger de druk op ons in een gesprek, hoe moeilijker we onze gerichtheid van richting veranderen. We ervaren bij eenzijdige gerichtheid weinig verbinding.
Je kunt nooit precies weten wat je moet doen om de verbinding in een gesprek te verhogen en de druk te verlagen, omdat de werking van onze pogingen afhankelijk zijn van de ander en we zelf niet altijd goed zien waar we op gericht zijn.
Zo lang je uit blijft zoeken hoe je met elkaar kunt verbinden door te zoeken naar de heilzame en wisselende verhouding tussen aandacht voor de één en de ander, vergroot je je kans belevingswerelden met elkaar te verbinden, te delen met elkaar en zo ruimte te voelen bij thema’s die lastig zijn.
Meer aandacht voor beleving van de ander
Als een gesprek lastig wordt doordat er niet voldoende aandacht is voor de beleving van de ander, en we merken dat op, dan kunnen we proberen de draai te maken van aandacht voor onze eigen belangen naar die van de ander.
Je kunt er daarbij beter niet van uitgaan dat jouw verandering van richting altijd positief effect heeft op het gesprek. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de ruimte die je biedt niet herkend wordt door de ander, of voor de ander niet voldoende ruimte geeft om de druk op diens belangen los te laten.
Aandacht verleggen naar de beleving van de ander kan op de volgende manieren:
Jouw belang (tijdelijk) niet te behartigen in het gesprek, je hoeft daarvoor niet mee te gaan in het belang van de ander.
Voorbeeld: “Ok, los van wat ik vind of wil, en nog zonder mee te gaan in wat jij wil, wil ik wel graag begrijpen wat je belangrijk vindt. Wil je daar meer over vertellen?”
Vragen te stellen over wat de ander beleeft en belangrijk vindt.
Voorbeeld: “Je gaat niet mee naar het feestje, wil je daar meer over vertellen?” in plaats van “Dat vind ik jammer zeg!”
Vragen stellen over wat de ander verstaat van wat jij zei, zonder hier in eerste instantie aan te tornen of op aan te vullen.
Voorbeeld: “Ik weet niet zeker of ik me goed uitdrukte, wil je vertellen wat jij denkt dat ik bedoelde?
Meer aandacht voor beleving van jezelf
Het kan zo zijn dat het soms andersom werkt: dat je niet teveel aandacht geeft aan je binnenwereld, maar te weinig. Dat je je meer schikt naar het gesprek of de ander dan goed is voor de verbinding. Je ‘verdwijnt’ dan eigenlijk als gesprekspartner, ook al maak je nog wel geluid. In dat geval kan je:
Jouw belang (tijdelijk) meer behartigen in het gesprek.
Voorbeeld: “Ik wil graag wel dat je meegaat omdat ik met meer op mijn gemak voel als je mee bent en ik het fijn vind als je weet hoe de avond liep.”
Delen wat jij beleeft en belangrijk vindt.
Voorbeeld: “Jij gaat niet mee vanavond. Ik wil graag dat je weet dat ik het jammer vind dat je niet mee gaat, ik keek er naar uit samen te gaan.”
Met de ander delen wat je verstaat van wat de ander zegt, zonder hier in eerste instantie aan te tornen of op aan te vullen.
Voorbeeld: “Ok, dus klopt het dat jij zeker niet mee gaat vanavond?”
Beleving of feiten?
In discussie proberen we vaak een zo goed mogelijke ‘case’ te bouwen voor ons belang in het gesprek. Als we daarbij dingen aan kunnen dragen die buiten onze beleving staan, die objectief zijn, dan zijn die minder makkelijk te verwerpen en kunnen we daar ons belang mee behartigen zonder dat dit te verwerpen is als mening of voorkeur. Tenminste, dit werkt zo als wat we aandragen ook als objectief en waar wordt beleefd. Zo lang we het niet eens zijn over wat objectief waar is, kunnen we alleen met elkaar verbinden door te praten over elkaars beleving met daarin elkaars belangen. Als we het niet eens zijn over de objectieve dingen, of de vermeende feiten, gaan we proberen die objectieve dingen te weerspreken met andere objectieve dingen. Zo raken we steeds verder verstrikt in wat wel of niet waar is en praten we steeds minder over wat we belangrijk vinden. Een voorbeeld van verstrikt raken in de ‘feiten’ is discussiëren over wat iemand wel of niet gezegd heeft of wat normaal of gewoon is, in plaats van uitzoeken wat beiden zich herinneren of willen.
Hoe verder dit oploopt, hoe meer onze aandacht wordt getrokken door objectieve dingen en hoe minder aandacht we krijgen voor onze subjectieve beleving (zoals belangen) en die van de ander. Hierdoor komen onze belangen steeds minder aan bod en steeds meer onder druk te staan. We beleven werkelijk dat het om de feiten gaat en vergeten dat we eigenlijk over objectieve dingen praten als poging om onze belangen te behartigen.
Als het gesprek daardoor lastig wordt, en we dat opmerken, kunnen we proberen de draai terug te maken naar het bespreken van belangen. Dat kan op twee manieren:
- De ‘feiten en argumenten’ loslaten en delen wat ons belang is achter de dingen waar we over praten. Mogelijk heeft de ander ruimte om dat te ontvangen en daarop te reageren, waardoor het gesprek daar weer over kan gaan en zo kan verzachten.
- Vragen naar de belangen van de ander, in plaats van ingaan op de ‘feiten en argumenten’ van de ander. Als de ander bereid is die te delen, kan het gesprek daar weer over gaan en verzachten. Daarna ontstaat mogelijk ruimte voor jouw belangen en het samen bespreken daarvan.
Op welk gebied ligt de aandacht?
Bewegen tussen gerichtheid op externe, objectieve ‘feitelijkheden’ en interne subjectieve beleving, kan veel veranderen aan hoe een gesprek verloopt. De dingen in de buitenwereld en de belevingen in de binnenwereld maken deel uit van een meer uitgebreid spectrum dan intern versus extern. Ik verdeel dat spectrum onder in gebieden van dingen waar je aandacht voor kan hebben in en gesprek, ik noem die ‘gebieden van aandacht’. Het verschil tussen een aantal gebieden van aandacht geeft in gesprekken gelegenheid om de gerichtheid van het gesprek te veranderen van starre naar open gebieden van aandacht. Starre gebieden van aandacht zijn extern, meer objectief, vaster in vorm, niet open voor interpretatie en nauw omlijnd. Open gebieden van aandacht zijn intern, meer subjectief, minder vast in vorm, open voor interpretatie en niet volledig gedefinieerd. Binnen gesprekken besparen de meer objectieve gebieden van aandacht energie, mits je het met elkaar eens bent over de inhoud. Dit is omdat die gebieden om weinig communicatie vragen maar wel tot keuzes en uitkomsten leiden. Binnen gesprekken geven de meer subjectieve gebieden van aandacht ruimte voor individuele en gedeelde beleving, het verkennen van binnenwerelden en daardoor voor verbinding. Dat vraagt wel om meer communicatie en om introspectie. Het motto hierbij is: Beweeg richting star/uitkomst als het kan, beweeg richting beleving als het nodig is.
De gebieden van aandacht waar het bij gesprekken om gaat zijn:
OPEN – meer subjectief en belevingsgericht
Gevoelens – niet geduide lichamelijke of geestelijke ervaringen
Emoties – belevingen die we leerden te groeperen tot blij, verdrietig, boos etc
Voorkeuren – daar waar je toe neigt, wat je fijn vindt
Belangen – dat waarin je mentaal of materieel geïnvesteerd bent, deze deze dingen zijn vaak de basis voor argumenten
Argumenten – redenen die voor of tegen uitkomsten spreken, gebaseerd op je overtuigingen, belangen, voorkeuren en belevingen
Uitkomsten – dingen, keuzes, situaties of handelingen
STAR – meer objectief en uitkomstgericht
Aandacht vragen voor een ander gebied
Als je opmerkt dat het gesprek meer star wordt, kan je nagaan wat er bij jezelf speelt en proberen je zo uit te drukken dat de ander je kan verstaan op het aandachtsgebeide waar jij aandacht voor hebt. Zo kan de ander zich beter met jouw beleving verbinden.
Om te weten wat in jouw beleving nu het meeste aandacht vraagt, kan het helpen om wat tijd te nemen of tijd te vragen om daar over na te denken of bij te voelen. Je kunt ook anderen vragen aan je laten stellen om zo samen met jou te verkennen wat bij je leeft en welke belevingen jouw aandacht vragen. Zo vind je vaak best makkelijk woorden voor wat je bezig houdt.
Als je weet wat er bij jezelf op verschillende gebieden speelt, kan je uitzoeken of je ook communiceert binnen hetzelfde aandachtsgebied. Zeg je wat je beleeft, of stel je alleen een uitkomst voor? Uit je jouw emoties, terwijl de uitkomst voor jou al vast staat? Door je uit te drukken binnen het gebeide dat jouw aandacht heeft, vergroot je de kans dat er in het gesprek aandacht voor komt. De kans dat de ander dan hoort wat voor jou belangrijk is, groeit op deze manier. Zo kan de druk op jouw belevingswereld en belangen afnemen waardoor er meer ruimte komt voor een tweezijdige rol in het gesprek.
Zo kan je bijvoorbeeld, als je je zorgen maakt dat je het niet naar je zin hebt op het feestje waar jullie heen gaan, beter zeggen: “Ik ben bang dat ik het niet leuk ga krijgen vanavond, kan en wil je met me mee denken over hoe we daar mee om kunnen gaan?” dan “Ik wil vanavond niet mee.” Of, als je al zeker weet dat je niet mee wil gaan, zeg dan niet “Hoe zou jij het vinden als ik niet mee ga vanavond?”, maar liever “Ik heb besloten niet mee te gaan vanavond, kan ik bij dat besluit nog met iets rekening houden voor jou?”
Het motto hierbij is dat je ‘omhoog’ (richting open en subjectief) gaat als het nodig is voor het gesprek en ‘omlaag’ (richting objectief), wanneer het kan binnen het gesprek.
Aandacht geven aan een ander gebied
Als je opmerkt dat het gesprek meer star wordt, kan je proberen uit te zoeken wat er bij de ander op verschillende gebieden speelt zodat je je daarmee kunt verbinden en ruimte kunt maken voor het gesprek.
Je kunt zelfstandig, via inleving, nadenken over wat de ander belangrijk vindt en bezighoudt. Je kunt hiervoor wat tijd regelen voor jezelf om daar rustig over na te denken en in te leven. Als je zeker wil zijn van wat de ander beleeft, dan kan je daar het beste de ander vragen over stellen. Het kan de ander helpen om te weten waarvoor je dat doet, “om beter te begrijpen wat jij nu beleeft zodat ik je beter begrijp in het gesprek”. Als je bang bent niet genoeg vragen te hebben, kan je er vantevoren een paar proberen te bedenken. Zeker als de ander antwoorden geeft die je lastig vindt, kan dat je helpen om de aandacht op de ander te houden terwijl je zelf ook van alles beleeft.
Als je uit kunt vinden welk gebied bij de ander de aandacht heeft of vraagt, kan je proberen je te richten op dit gebied door je vragen aan te passen of zelf ook meer binnen dat aandachtsgebied te delen. De ander voelt zich dan eerder gehoord, waardoor er minder druk op diens belevingswereld en belangen komt te staan en er ruimte komt voor diens tweezijdige rol in het gesprek.
Zo kan je bijvoorbeeld, als de ander zegt te twijfelen over meegaan naar het feestje beter zeggen “Wil je wat meer vertellen over hoe jij naar het feestje gaan denkt?” dan “Als je niet mee wil, hoeft dat niet hoor.” Of als de ander al gezegd heeft dat die niet mee wil en je wil meer weten over wat de ander daarbij beleeft, kan je beter zeggen “Ik hoor dat je niet meegaat” dan “Heb je geen zin om te gaan?” Tenminste, als je het gesprek voor de ander makkelijk wil maken. Het kan zijn dat jij zelf meer wil weten van de beleving van de ander bij diens besluit, maar daarmee maak je het gesprek niet direct makkelijker voor de ander.
Het motto hierbij is dat je ‘omhoog’ (richting open en subjectief) gaat als het nodig is voor het gesprek en ‘omlaag’ (richting objectief), wanneer het kan binnen het gesprek.
Verstaan, begrijpen of akkoord?
Tijdens lastige gesprekken voelen we ons vaak niet goed begrepen of we hebben het idee dat de ander ons niet verstaat of hoort. We hebben daarnaast soms het gevoel dat we de ander niet, of juist wél, begrijpen. Ik denk dat als we eerlijk kijken naar hoe we ons uitdrukken in gesprekken, en zeker in moeilijke gesprekken, we ontdekken dat we niet altijd zeggen wat we bedoelen. En al zeggen we precies wat we bedoelen, dan verstaat de ander nog niet altijd onze bedoeling, zelfs al horen ze onze woorden. De andere kant op kan het zijn dat de ander onze woorden hoort en onze bedoeling verstaat, maar deze niet begrijpt. Evenzo horen, verstaan en begrijpen we de ander niet altijd zoals deze het bedoelt.
Als je uit wil zoeken op welke communicatie-laag je de verbinding verliest, kan het handig zijn om de communicatiemuur te kennen, dit is de muur die bestaat uit alle lagen waarop je elkaar verkeerd kunt begrijpen. Als de die lagen kent, kan je per laag vragen stellen om tot begrip van de beleving van de ander te komen. Of kunt per laag delen wat jij beleefde of probeerde te communiceren om jouw communicatie met voor de ander te ontwarren. Bij iedere laag staan voorbeelden van hoe je kunt reflecteren over wat je ontdekte over het begrip van de ander of van jouzelf.
Bedoelen ≠ gezegd
Zelf: “Als ik dat zei, dan is dat niet wat ik bedoelde, wat ik bedoelde was…”
Ander: “Ik begrijp nu wat je bedoelt, ik heb dat niet kunnen horen in wat je zei.”
Gezegd ≠ gehoord
Zelf: “Als je dat hoorde, dan past dat voor mij niet bij wat ik zei, wat ik probeerde te zeggen is”
Ander: “Ik hoor nu dat je iets anders zei dan ik toen hoorde, wat ik nu hoor is…”
Gehoord ≠ begrepen
Zelf: “Als je dat begreep, was het niet wat ik bedoelde, wat ik bedoelde is…”
Ander: “Ik begrijp nu beter wat je bedoelde. Ook al hoorde ik je eerder ook goed, wat je bedoelde is volgens mij…”
Begrepen ≠ akkoord
Zelf: “Ik dacht dat je akkoord was omdat ik dacht dat je me begreep, ik begrijp nu dat je niet akkoord was.”
Ander: “Ik begreep je de vorige keer, maar ging nog niet akkoord, ik begrijp nu dat jij dacht van wel.”
Akkoord ≠ gedaan
Zelf: “Ik dacht dat je het ging doen omdat je akkoord was met wat ik zei, maar ik begrijp nu dat je het niet gedaan hebt of niet wil gaan doen.”
Ander: “Ik ben akkoord, maar had niet door dat je wilde dat ik het ging doen, nu wel.”
Maak kennis of stel je vraag
Wil je inzicht in hoe dingen in elkaar zitten? Wil je hulp? Stel een vraag of boek een gratis kennismaking en zoek uit of mijn aanpak bij je past.
Ook zonder duidelijke vraag
Voor alle relatievormen
Krijg meer inzicht
Samen of alleen
Bel met je vraag naar 06 14 89 45 99 of laat je gegevens achter, dan neem ik contact met je op.
